Over visitaties en praktijktests

Luk Van Biesen en Carina Van Cauter van Open Vld hebben een wetsvoorstel ingediend om de ‘vrije’ toegang van de belastingcontroleur in een bedrijf aan banden te leggen. Het is nochtans een regel uit 1822. In dat jaar schreef een wet voor dat de toegang voor de douane tot bedrijven ‘onbelemmerd zal moeten wezen’. Die Nederlandse wet gebruikte toen al het woord ‘visitatie’, in het Frans – vreemd genoeg – ‘visite’.

Bron: Trends

Later werden gelijkluidende bepalingen opgenomen in de andere fiscale wetboeken, die spreken over ‘vrije toegang verlenen’, ‘vrije toegang eisen’, ‘vrij binnentreden’, ‘toelaten de in kas zijnde gelden te controleren’, ‘bergplaatsen onderzoeken’ enzovoort. Dezelfde wet van 1822 is in Nederland terug te vinden in de Algemene Bestuurswet, die zegt dat elke (ambtelijke) toezichthouder bevoegd is elke plaats te betreden, met uitzondering van een woning, en zo nodig met behulp van de sterke arm der wet.

In mijn 37-jarige praktijk heb ik die sterke arm nooit gebruikt. Ik heb wel de visitatie van betekenis zien veranderen. Er mag, op enkele strikte uitzonderingen na, nog altijd niets worden meegenomen tegen de wil van de betrokkene. Vroeger moest dan alles met de hand genoteerd worden, het zogenaamde proces-verbaal. Ik kan niet zo snel schrijven, en daarom nam ik al eens foto’s. En toen de kopieerapparaten eraan kwamen, kon een koffer vol inlichtingen meegenomen worden. Tegenwoordig transfereert de BBI terabytes met een muisklik.

Niet alleen de belastingcontroleur kan nu massaal gegevens kopiëren. Als Hervé Falciani bij HSBC in Genève massaal – maar illegaal – kopieert, vinden velen dat geweldig. Als wij dat legaal doen in Gent of omstreken, dan moet dringend de wet aangepast worden. Want het kan toch niet zijn dat de controleur in één dag zoveel kan overschrijven als vroeger in honderd jaar! HSBC-leaks, ja graag, Optima-leaks, liever niet.

Versta me niet verkeerd. Ik ben de eerste om te zeggen dat alle consumentengegevens beter beschermd moeten worden, min of meer zoals dat nu nog met bankgegevens gebeurt. Het zou goed zijn dat de overblijvende beperkingen op bankinformatie uitgebreid worden naar al de rest: ons koopgedrag in grootwarenhuizen, onze reizen, betalingen met kredietkaarten, verzekeringen, rekeningen van water, gas, elektriciteit, telefoon enzovoort. De fiscus moet dat allemaal niet voor miljoenen mensen bijhouden.

De mensen hoeven niet permanent bewaakt te worden in hun dagelijkse leven. En uitzonderingen op die regel moeten verantwoord zijn, bijvoorbeeld om zwart geld in het buitenland te vinden. Op tien miljoen Belgen onderzoekt de BBI jaarlijks een duizendtal dossiers. De kans is dus erg klein dat u daarbij bent. Maar met wat nu met de wereldwijde opheffing van het bankgeheim zal bovendrijven, zou de ‘opnamecapaciteit’ moeten worden verveelvoudigd.

Nu even iets geheel anders. In géén enkel geval vind ik dat mensen in hun dagelijkse bezigheden mogen worden verschalkt door nepcontroleurs. En dat is nu precies wat sommigen willen met de zogenaamde praktijktests.

Stel u eens voor dat de BBI verificateurs op restaurant zou sturen met de boodschap dat een bonnetje niet nodig is, dat zich valse kandidaat-kopers zouden aandienen om te zien of de makelaar niets in het zwart vraagt, dat undercover-sollicitanten uittesten of de werkgever geen zwarte overuren betaalt, of dat valse beleggers nagaan of de bank geen foute beleggings- of witwasconstructies voorstelt.

Het zou onbegrijpelijk zijn dat zoiets gebeurt om fraudeurs of witwassers te pakken, maar het is ook onbegrijpelijk dat zoiets voorgesteld wordt om mensen op zogenaamde discriminatie te betrappen. Het gaat hier om een elementair vertrouwen in de samenleving. Weten dat de overheid niet zomaar achter je rug je persoonlijke gegevens zit bij te houden, is één zaak. Maar weten dat de vriendelijke man of vrouw aan de deur of aan de telefoon geen undercoveragent is die je in de val wil lokken, daarop zou geen uitzondering geduld mogen worden. Dat is niet het soort visite dat een mens verwacht.

De auteur is directeur bij de Bijzondere Belastinginspectie.

KAREL ANTHONISSEN ■