‘Wordt het geen tijd dat de overheid een stap terug zet uit de Regie der Gebouwen?’

‘Het rapport van het Rekenhof over de Regie der Gebouwen is ongemakkelijke lectuur’, schrijven drie Kamerleden van Open VLD. Ze pleiten voor een meer professioneel beheer van de instelling.

Bron: Knack

De Regie der Gebouwen is nog altijd niet in staat om een gedetailleerd en waarheidsgetrouw beeld te geven van het vastgoed dat ze beheert voor de federale overheid, zo stelt het Rekenhof. Ondanks de inspanningen die de Regie der Gebouwen levert, zijn er tal van structurele problemen: achterstand van de rekeningen, ontbreken van gepaste boekhoudsoftware en -plan, geen jaarlijkse update van de inventarislijst van het onroerend patrimonium, gebrek aan kwalitatieve en volledige informatie in die lijst, en onvoldoende afstemming met andere databanken en diensten zoals de FOD Financiën. Dit alles maakt dus dat de eindbalans van de materieel vaste activa niet echt correct te noemen is, anno 2017 (!).

Het rapport van het Rekenhof over de Regie der Gebouwen is dan ook ongemakkelijke lectuur. Het zegt ook iets over hoe de overheden in ons land werken, en hoeveel winst we nog kunnen boeken op het vlak van efficiëntie. Je verwacht dat de overheid haar zaken op orde heeft. Zeker gezien de enorme mogelijkheden die nieuwe technologieën bieden. Hoe moeilijk kan het zijn om te weten welk vastgoed je allemaal bezit zou je denken? Zouden er burgers of bedrijven in ons land zijn die dit niet exact weten? Niet bijster veel, vermoeden we. Het is symptomatisch voor een overheid die boven haar stand leeft. De overheidsuitgaven bedragen nog steeds meer dan 50% van het BBP, en de schulden zitten nog steeds boven de 100% van het BBP. Dit moet anders en beter.

Het uitgangspunt van Open Vld is een slanke overheid met de best mogelijke dienstverlening naar de burger als klant. Dankzij de nieuwe technologie, kan een sterke maar slanke overheid realiteit worden. Op ons vrijheidscongres hebben we de ambitieuze doelstelling geformuleerd om de overheidsuitgaven de komende 10 jaar terug tot onder 45% van het BBP te brengen. We willen elke overheidsactiviteit kritisch tegen het licht houden om te bepalen of het al dan niet om een kerntaak gaat, die bovendien op een moderne en efficiënte manier wordt uitgevoerd. Iedere euro belastinggeld moet goed besteed worden, altijd en overal, meer dan ooit.

Een professioneel beheer van de materieel vaste activa van de overheid – gebouwen, wegen, spoorlijnen, en gronden – is daar een belangrijk onderdeel van. Stap één: breng al dat publieke bezit op een rigoureuze en actuele manier in

kaart. Stap twee: bepaal wat je als overheid echt zelf in portefeuille moet houden, en wat niet. Stap drie: beheer die publieke portefeuille zo efficiënt en transparant mogelijk. Dit kan een grote financiële en maatschappelijke meerwaarde creëren. De winsten kunnen ook gaan naar nieuwe investeringen in onze openbare infrastructuur. Die nood is immers bijzonder hoog.

In hun boek “The Public Wealth of Nations” (2015) tonen de Zweedse economen Dag Detter en Stefan Hölster aan dat overheden vaak veel rijker zijn dan ze vaak denken. Ze zitten immers bovenop een grote portefeuille aan activa, die ze amper naar (markt)waarde schatten. De auteurs berekenen dat overheden wereldwijd voor 75 triljoen $ aan publieke activa bezitten, en dat een beter beheer daarvan een jaarlijkse opbrengst van 2,7 triljoen $ kunnen opleveren. Dit zijn cijfers die doen duizelen. Dit is meer dan de globale uitgaven inzake infrastructuur vandaag.

Publieke activa worden beheerd vanuit de overheid net zoals een commercieel bedrijf dit zou doen. Dit is niet hetzelfde als privatiseren.

De auteurs hebben de Zweedse overheid geholpen om werk te maken van een officiële balans van hun publieke activa. De marktwaarde van publieke eigendom van Zweden wordt geschat op 100 à 120 miljard $. De opportuniteiten zijn enorm. Een aantal landen zoals Zweden, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk en Singapore zetten dus met succes de stap naar een actief beheer van publieke activa, door specialisten volgens de regels van de kunst.

Met een duidelijke boekhouding én realistische balansen. Private ‘tools’maken wel degelijk een verschil. Kortom, hun publieke activa worden beheerd vanuit de overheid net zoals een commercieel bedrijf dit zou doen. Dit is niet hetzelfde als privatiseren. Soms is privatiseren een oplossing, niet altijd. Meer professioneel beheren is altijd een goede oplossing.

Wij pleiten er alvast voor om die weg ook in ons land te durven bewandelen. Drie principes staan dan centraal. Ten eerste, meer transparantie. We moeten meer zicht krijgen op de portfolio van de overheid, en hoe er mee wordt omgesprongen. Ten tweede, een duidelijke doelstelling. De maximalisatie van de financiële en maatschappelijke waarde moet centraal staan bij het beheer ervan. Ten derde, meer depolitisering. Hoe minder politieke invloed, hoe meer ruimte voor competitie en marktwerking, en hoe minder kans op verspilling en corruptie.

Dit laatste punt is essentieel. De politiek moet een duidelijk kader met bijhorende doelen en eisen creëren, maar moet dan durven een stap naar achter te zetten. Het is tijd voor de overheid om haar plaats te kennen. Nooit een doel op zichzelf, maar steeds een middel ten dienste van de burger. De overheid weet niet altijd alles beter, en neen, ze kan zeker niet altijd alles beter. De inbreng van een private logica hebben onze openbare nuts-, post- en telecombedrijven de 21 eeuw binnengeloodst. De tijd dringt om dit nu ook voor openbare gebouwen, gronden en infrastructuur te doen. De maatschappelijke en financiële meerwaarde is groot. En ligt voor het grijpen. Waarop wachten we nog?

Luk Van Biesen, Ine Somers en Sabien Lahaye-Battheu zetelen in de Kamer voor Open VLD.

Luk Van Biesen & Ine Somers & Sabien Lahaye-Battheu ■